Een moeder van twee dochters komt bij mij voor een opvoedopstelling.
Ze wil zichzelf en haar ouderschap onder de loep nemen. Van binnen voelt ze dat haar ideeën en verwachtingen van hoe haar kinderen het zouden moeten doen, zouden moeten zijn, voortkomen vanuit haar eigen ervaringen, onzekerheden en angsten. Allemaal resultaat van hoe zíj is opgegroeid, binnen haar gezin en familie. Van hoe zíj het geleerd heeft.

Tussen de regels door hoor ik haar zeggen dat ze bang is dat haar dochters tegen dezelfde narigheid aan zullen lopen als waar zij vroeger tegen aan liep, op school en in sociale situaties. Haar ene dochter lijkt op haar en als zij ‘gedoe’ heeft met vriendinnetjes gaan bij moeder de haren overeind. De andere dochter is juist geneigd zich er niets van aan te trekken, wat voor haar ook moeilijk is om te zien. Hoe kan dit haar nu koud laten? Ze wil bepaalde patronen niet doorgeven aan haar dochters en ze wil daarom dus kijken naar haar onbewuste patronen vanuit haar eigen ervaringen en hoe ze hier mee om kan gaan binnen de opvoeding.

We zetten haar gezin neer met behulp van tegels op de vloer. Ze zoekt voor alle gezinsleden een plek in de ruimte, die klopt vanuit haar beleving. Ik vraag haar zich voor te stellen dat haar dochters (8 en 11) en haar man daadwerkelijk op die plekken staan. Wat direct helder wordt is hoe dicht zij bij haar dochters staat. Ze staat bijna bovenop ze en ze zijn sterk op elkaar gericht. Voor haar is dat heel vanzelfsprekend. Ik vraag haar of ze haar dochters kan zien, zoals ze nu staan. Hoe is het met de afstand? Dan ontstaan er twijfels. Ze kunnen elkaar eigenlijk niet goed zien in deze positie. Gaandeweg maak ik de afstand tussen haar en haar beide dochters (om en om) wat groter en dit geeft in de eerste instantie een wat ongemakkelijk gevoel. Ik blijf volgen wat dit met haar doet, wat ze er over zegt en ook welke lichamelijke reacties ze ervaart en voor mij zichtbaar zijn. Is er iets dat ze nodig heeft van haar dochters?  En is dat wel echt zo? Met behulp van vragen en beweging van de tegels komt een opening voor nieuw bewustzijn.

Wat ook direct zichtbaar is, is dat haar partner van grote steun is. Hij heeft, ondanks zijn forse bagage vanuit zijn familie, een heel positieve en ontspannen kijk op het gezin en op de opvoeding van de dochters. Moeder voelt dat dit prettig en steunend is.

Dan haal ik haar eigen ouders erbij en plaats ze naast elkaar, achter haar in de ruimte. Ik vraag haar wat er gebeurt. Voelt ze zich anders nu zij erbij staan? Voelt ze zich gesteund? Ze is verbaasd over wat de aanwezigheid van haar ouders met haar doet, hier op dit moment. Ze voelt zich letterlijk warm worden, ze voelt de liefde van haar ouders door haar heen. Ook al is het niet altijd even gemakkelijk geweest tussen hen. Ik geef haar even de tijd dit echt te voelen. Ze voelt zich direct sterker ten opzichte van haar dochters en ze durft hen dan ook meer ruimte te geven. Alsof ze minder van hen nodig heeft nu ze de liefde van haar eigen ouders voelt.

Uiteindelijk mogen de dochters zich zelfs van haar wegdraaien om zich te richten op hun eigen leven. Zo kunnen ze zich focussen op hun eigen plezier en ontwikkeling. Altijd in de wetenschap en met het gevoel dat de ouders er voor ze zijn en achter ze staan. Uiteindelijk staan alle gezinsleden op de plek die passend is bij hun rol. Op de juiste plek, voel je de liefde automatisch stromen en kun je jouw rol met het meeste gemak vervullen.

Wat is het mooi om te zien wat de liefdevolle aanwezigheid van je ouders je een kracht kan geven!